4 oktober, 2019

“Ik wil Oost met West verbinden”

‘Ze is het geweten van de transformatie’, zo hoor ik in de wandelgangen van het gemeentehuis. Elly Brinkman loopt als een gids voorop in de zoektocht naar de rol van de gemeente binnen de zorg. Hoog tijd voor een vraaggesprek met deze beleidsadviseur WMO en Publieke Gezondheid. Ze vertelt over haar inspiratiebronnen, drijfveren en levenslessen.

Leven in Indonesië
Elly studeerde beleidssociologie in Utrecht. Na haar afstuderen gaat ze als organisatieadviseur aan de slag, onder meer voor de Amsterdamse politie en Philips. “Terwijl ik mezelf eigenlijk veel te jong vond voor het advieswerk. Ik dacht: wat weet ik nou helemaal. Ik was niet op mijn plek en bovenal had ik een verschrikkelijk verlangen om naar het buitenland te gaan.”
Als de kans zich voordoet, vertrekt Elly naar Indonesië, waar ze tien jaar zal wonen. In die periode werkt ze als docent in het internationale special needs onderwijs in life skills. “Dat waren vakken in persoonlijke ontwikkeling. Hoe ga je met geld om, wat doe je met je vrije tijd? Dat deed ik in het Engels en in het Indonesisch.” Enkele jaren later krijgt ze de kans om samen met een Nederlandse collega een eigen school voor leerlingen met special needs op te zetten. We maakten gebruik van oosterse meditatietechnieken en energetische oefeningen om het lerend vermogen van kinderen te stimuleren en combineerden dat met westerse cognitieve programma’s. “Die school bestaat nog steeds.” Ondanks haar kenmerkende bescheiden toon, is de trots hierover voelbaar.

Elly keert op haar veertigste terug naar Nederland en vindt een baan bij de gemeente. “Het was even wennen. Indonesië heeft mijn kijk op het leven en de samenleving voorgoed veranderd. In Nederland realiseren mensen zich bijvoorbeeld niet altijd de waarde van onze democratische rechtsorde. Het lijkt zo vanzelfsprekend. Er wordt veel geklaagd over ons overheidssysteem, terwijl het zo’n groot goed is en er zoveel geregeld is voor mensen door die overheid. Ik maakte in Indonesië mee dat zorgvuldig opgebouwde bedrijven zonder pardon werden ingenomen. Waarom? De zoon van de president had er kennelijk belangstelling voor. En zo ging het ook in de publieke sector. Er werd een mooie verbindende tolweg aangelegd. Maar in plaats van dat de tol gebruikt werd om andere wegen te aan te leggen of te onderhouden verdween het geld in de zakken van de familie van de president. Corruptie is verschrikkelijk, het maakt alles rot.
Onze Nederlandse democratie is op een hoog peil en heel veel dingen zijn uitstekend georganiseerd. Maar toen ik terugkwam miste ik wel de oosterse leefwijze. In Indonesië zijn de mensen ‘zachter’ en hebben ze de tijd. En ze nemen de dingen zoals ze zijn. Dat brengt wijsheid. Hier wordt zo veel geklaagd en is men veel meer op de materie gericht. Er is meer dan dat. Elly is even stil. “Ja, ik denk dat ik in mijn werk oost met west probeer te verbinden.”

Cliëntondersteuning
Onlangs ontving Elly samen met haar team een subsidie voor cliëntondersteuning van het ministerie van VWS. Elke inwoner, en in het bijzonder inwoners met een beperking, mag hier vanuit de WMO, Jeugdwet, Participatiewet, het onderwijs en de WLZ een beroep op doen. Een inwoner die behoefte heeft aan ondersteuning bij een hulpvraag aan de gemeente kan onafhankelijke begeleiding aanvragen. “Het teruggeven van regie aan mensen vind ik verschrikkelijk belangrijk. Als je je verplaatst in de inwoner met een hulpvraag dan moet je concluderen dat aankloppen bij de gemeente voor hulp nog niet zo gemakkelijk is, de drempel is hoger dan wij ons vaak realiseren. Ook is het zorglandschap complex, zeker bij ingewikkelde en wetoverstijgende vragen. Ook hoog opgeleide mensen kunnen daar in vastlopen. Ik ben er trots op dat we voor de cliëntondersteuning subsidie hebben gekregen. Mensen met een hulpvraag helpen om de juiste zorg te krijgen is één ding. Maar dat op een manier doen die aansluit bij de zelfregie van de inwoner, dat is twee.”

Als Elly praat, waakt ze voor platitudes. Ook doet ze geen uitspraken over situaties waar ze niet precies het fijne van weet. Maar waar ze wel over vertelt, doet ze dat met overgave.

 “We realiseren ons niet hoe hoog de drempel voor inwoner is om naar de gemeente te stappen. Laatst was ik op een landelijke bijeenkomst, waar een man zijn verhaal deed. Hij bouwde aan een carrière in de topsport, tot hij ernstig ziek bleek. MS. In korte tijd ging zijn gezondheid flink achteruit. Hij kwam bij de gemeente om te praten over thuishulp en aanpassingen aan huis. De eerste vraag die hij op het gemeentehuis krijgt, is: ‘Nou meneer, wat u kunt u nog zelf?’
Heel pijnlijk en niet passend bij het proces van die man. Hij had zoveel moeten inleveren en zat nog midden in de verwerking daarvan. Ja, kaders, wetten en systemen zijn nodig. Maar laten we ze alsjeblieft op een zo menswaardig mogelijke manier inzetten.“

Transitie
De Transitie van 2015 bracht veel teweeg bij de gemeente en ook bij Elly. “De omslag was aan alle kanten enorm. De overheveling van rijkstaken naar de gemeente, de omslag in het werken. Vlak na de transitie zetten we in op preventief werken. Samen met enkele collega’s stond ik daar aan de wieg van. Het was en is een langdurig proces. Want hoe transformeer je bestaand preventiebeleid naar wat nu nodig is voor mensen. Voorst onder de Loep speelt hierin een essentiële rol. De kern is stoppen met hokjesdenken. Ja, we hebben stevige wetten en die moeten we goed uitvoeren. Tegelijkertijd moeten we vooral verbinden en dwarsverbanden zoeken. De inwoner die hulp nodig heeft, heeft eigenlijk geen boodschap aan alle wettelijke kaders en financiële systemen, maar krijgt er wel mee te maken. Bureaucratie is nog wel ‘een dingetje’. Daar mag de gemeente zijn tanden nog wel in zetten. 

Het slechten van de muurtjes vergt tijd en expliciete aandacht. We stoppen nu bijvoorbeeld veel energie in samenwerken bij gegevensdeling en privacy. Je begrijpt, dat zijn moeilijke processen. Professionals hebben de neiging om gegevens van cliënten niet te delen met andere betrokkenen. Want…. wettelijke kaders of beroepscodes. Maar het hele idee van de transitie is juist dat we met elkaar samenwerken en dat vraagt om delen.

Op een gezin met een hulpvraag zitten vaak meerdere professionals, die moeten en willen samenwerken, maar dat gaat nooit vanzelf. Iedereen moet op de hoogte zijn van de wettelijke kaders, maar ook elkaar leren kennen. Vertrouwen is nodig, net als begrip voor ieders beroepskaders. Waarom wil én kan de één gegevens wel delen en de ander niet? Met hulp van een trainster bespreken we de dilemma’s die we tegenkomen. Dat is een heel leuk proces dat tijd kost. En het is ook eng, want we vragen van professionals zelf de dilemma’s af te wegen in plaats van dat we ze in een binair systeem plaatsen waar vanzelf dan een juist antwoord uit rolt. We moeten hier vooral geen druk op zetten. Het is oefenen en intervisies plegen. Dingen moeten zich ontvouwen.”

Verbinder
“In onze zoektocht naar de rol van de gemeente in welzijn, gezondheid en zorg zoek ik de verbinding. We hebben met veel wetten te maken in het sociaal domein. Door dwarsverbanden te zoeken, over je eigen grenzen te kijken zoek ik de verbinding, ook met de medische wereld. Samenwerken rondom ‘de juiste zorg’ voor bijvoorbeeld mensen met dementie of inwoners met een chronische ziekte staat nog redelijk in de kinderschoenen. Het begrip ‘positieve gezondheid’ biedt daarbij handvatten.

In 2012 introduceerde Machteld Huber het concept positieve gezondheid. Waarbij gezondheid niet meer wordt gedefinieerd door de af- of aanwezigheid van ziekte. Niet de ziekte of de beperking staat centraal, maar de mens. Het is het ‘vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en hierbij zoveel mogelijk eigen regie te voeren.’ Eén van Elly’s projecten heeft hier betrekking op.

“Het is zwart-witdenken als je denkt in of-of termen. Heeft iemand een beperking of een ziekte? Dan vinken we op een lijstje aan wat hij niet meer kan. Maar waarom bepalen wij dat? Laat de inwoner zelf zijn kracht achterhalen. Leer mensen voor zichzelf te denken en te voelen en te verwoorden wat hen gelukkig maakt. We voelen ons gezond als we kunnen functioneren, in welke mate dan ook, en regie hebben. Dus bij een beperking of een (chronische) ziekte kun je ook meedoen, dat brengt waardigheid. Ook hier gaat het om het toevoegen van de menskant aan de systeemkant. Dat vraagt vertrouwen.”

“De veranderingen die we teweeg willen brengen, vergen een lange adem. We zijn gewend om binnen ons eigen hokje onze taak zo goed mogelijk te doen. We denken dat de muurtjes die bestaan uit regels en kaders ons veiligheid geven. Het is een schijnveiligheid. Het is aan ons om die te durven loslaten.”