1 april, 2020

Samen mensen beter bereiken in crisistijd. Hoe doet de gemeente dat?

Hoe kunnen we tijdens de coronacrisis onze inwoners zo goed mogelijk helpen? En hoe krijgen we inzichtelijk welke hulpvragen ontstaan op de lange termijn? Eén van de oplossingen is het nog beter samenwerken en samenbrengen van vraag en aanbod. En dat zijn wij, als gemeentelijke organisatie, gaan doen.

Nu hulpverleners nauwelijks nog bij mensen over de vloer komen, casemanagers hun cliënten niet meer kunnen ontvangen en dagbestedingen de deuren moesten sluiten, is de reguliere vorm van hulpverlening vrijwel onmogelijk geworden. Organisaties zoeken naar alternatieven om hun cliënten zo goed mogelijk te bedienen. Immers, problemen van mensen worden niet kleiner maar nemen nu soms zelfs toe. Mensen zitten veel alleen thuis of juist met te veel mensen op elkaars lip. Soms ontstaan financiële problemen door het wegvallen van werk of door hogere kosten.

De meeste organisaties nemen nu telefonisch contact op met hun cliënten. Ook de gemeente belt mensen om te vragen hoe het gaat. Iedereen werkt hard om te voorkomen dat problemen escaleren. Voorheen belde iedere organisatie vanuit zijn eigen aandachtsgebied.  Maar problemen van mensen vallen hier vaak ook buiten of zijn groter dan dat ene terrein. Door samen te werken kunnen we mensen beter helpen. Maar hoe organiseer je dat?

Vraag en aanbod samenbrengen
Met de gemeente als spin in het web is een vragenlijst opgesteld rondom vijf thema’s waarop inwoners mogelijk problemen ervaren. Daarmee benaderen we inwoners proactief vanuit de gemeentelijke organisaties, maatschappelijke organisaties zoals Stichting Mens en Welzijn en IJsseldal Wonen, en met partijen vanuit de samenleving, zoals de dorpscontactpersonen en de kerken.

Tegelijkertijd wordt het hulpaanbod in de samenleving in kaart gebracht. Er ontstaan nieuwe initiatieven en creatieve acties die mensen kunnen ondersteunen. Ook bedenken aanbieders innovatieve oplossingen om in contact te blijven of hulp te bieden. Vanuit de gemeente bundelen we de informatie en brengen we vraag en aanbod bij elkaar als dat niet eerder in het proces al gelukt is.

Stel dat een medewerker van de gemeente met een cliënt belt om te vragen hoe het nu met de financiën gaat, omdat de cliënt ondersteuning krijgt bij schulden, dan informeert de medewerker ook naar de situatie thuis. Als bijvoorbeeld blijkt dat de cliënt, die ook mantelzorger is, zich nu overbelast voelt, wordt er direct een collega van Mens en Welzijn ingeschakeld om te kijken naar oplossingen.

Op deze manier bereiken we meer inwoners met het hulpaanbod. Omdat we alle vragen ook registreren, anoniem natuurlijk, zien we tegelijkertijd heel snel welke problemen  vaker voorkomen of waar we problemen in de toekomst kunnen verwachten. Deze informatie kan beleidsmedewerkers helpen om in te schatten wat er op ons afkomt.

Positieve ervaringen
Er wordt volop gebeld met de themalijst. De reacties van inwoners zijn positief. Ook zijn de eerste koppelingen tussen hulp en aanbod al gelegd. We zien eens te meer hoe veerkrachtig en inventief onze samenleving is. Vooralsnog kunnen mensen terugvallen op hun eigen netwerk. Mensen kijken naar elkaar om.  En zowel organisaties als inwoners nemen initiatieven om elkaar te steunen. Daar mogen we heel trots op zijn.