15 april, 2020

Laaggeletterdheid wordt een steeds groter probleem

“Ziekenhuizen beklagen zich nog wel eens over het grote aantal patiënten dat toch gegeten heeft voor een operatie. Dat is meestal geen onwil maar onmacht van mensen. De informatiefolder die ze vooraf hebben gekregen, hebben ze niet begrepen. Of ze denken dat nuchter betekent dat ze geen alcohol mogen drinken.” Mariël Schotpoort, Taalhuiscoördinator van de bibliotheek Brummen | Voorst illustreert met dit voorbeeld hoe laaggeletterdheid een probleem vormt in het dagelijks leven. Bovendien een probleem dat lastig op te lossen is.

Om eerst maar eens een misverstand uit de wereld te helpen: laaggeletterdheid is niet hetzelfde als analfabetisme. Het is een term voor mensen die grote moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Ze beheersen niet het eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3. Dat zijn in Nederland 2,8 miljoen mensen. En voor het overgrote deel mensen voor wie Nederlands de moedertaal is. De basisvaardigheden die ze ooit misschien wel hadden, zijn ze kwijt. Mariël: “Het is een kwestie van use it or lose it.” Ofwel, het niveau onderhouden vergt onderhoud.  Als er geen boeken en kranten in huis zijn of als ouders weinig praten met hun kinderen, is de kans groot dat de lees- en schrijfvaardigheid achteruit gaat.  

Problemen worden groter
De gevolgen van laaggeletterdheid worden door de omvang ervan en de steeds taliger wordende samenleving groter. De samenleving verwacht van mensen dat ze de nieuwsbrief van school begrijpen, dat ze formulieren van de overheid kunnen invullen, de bijsluiter van de medicatie goed kunnen interpreteren. Daarbij wordt het werk van mensen steeds taliger. Door de digitalisering verdwijnen de zogenoemde handarbeidberoepen. Als laaggeletterden hun baan kwijtraken, komen ze moeilijk weer aan het werk. En dat heeft gevolgen voor het inkomen maar ook voor het welzijn van mensen. “En daarbij, ik heb niet de indruk dat de geletterdheid van de huidige generatie kinderen beter wordt. Integendeel: de omstandigheden waaronder docenten moeten lesgeven doet het leesonderwijs geen goed,” stelt Mariël somber.

Schaamte
Laaggeletterdheid aanpakken is geen eenvoudige opgave. Mariël:“De schaamte voor en het taboe op het niet goed kunnen lezen en schrijven is zo groot dat het heel moeilijk is om mensen te bereiken.” Hoewel er in Nederland 2,8 miljoen mensen zijn die moeite hebben met lezen en schrijven komt vrijwel niemand er openlijk voor uit. Mensen doen er alles aan om hun probleem te verhullen. “Ik herinner me het verhaal van een man die altijd een gipsen arm in zijn tas had. Als hij dan ergens een formulier moest ondertekenen, deed hij alsof zijn arm gebroken was. Dat was heel schrijnend,” vertelt Mariël.

Signaleren
Omdat het taboe op laaggeletterdheid zo groot is, is de grootste uitdaging om mensen met lees- en schrijfproblemen te signaleren. In het land bestaan verschillende initiatieven die het signaleren en bereiken van de doelgroep mogelijk maken. Zo zijn er camouflagecursussen, zoals kooklessen in buurthuizen. Bedoeld als een laagdrempelige manier om met de doelgroep in contact te komen. “De docenten zijn er op getraind om de mensen die moeite hebben met het lezen van het recept of het afwegen van de ingrediënten te signaleren. Tijdens het koken kunnen docenten daar het gesprek over aangaan en vertellen over de hulp die er bestaat.”

Daarnaast bestaat de gezinsaanpak. Laaggeletterdheid gaat vaak over van ouder op kind. “Als we dat een halt willen toeroepen is het verstandig om op scholen, peuterspeelzalen aandacht te besteden aan het belang van lezen met kinderen.”

Aanpak in Voorst
De gemeente Voorst onderzoekt samen met Mens & Welzijn Voorst, Zodus en de bibliotheek hoe zij hun laaggeletterheidaanpak verder vorm zullen geven. Het Taalhuis vormt een onderdeel van de aanpak. Mariël verzorgt sinds kort trainingen aan hulpverleners en vrijwilligers die met laaggeletterden te maken hebben. “We maken hen bewust van gedrag dat mogelijk wijst op laaggeletterdheid. Zo willen laaggeletterden vaak niet ter plekke een formulier invullen. Ze verzinnen excuses zoals dat ze hun bril vergeten zijn.”

Hulpverleners zijn zich nu meer bewust dat het niet kunnen lezen een nadelig effect kan hebben op de hulpverlening. Als mensen niet kunnen lezen, komt de boodschap niet goed over. Vaak krijgen mensen na een afspraak met een hulpverlener nog allerlei schriftelijke informatie mee. Maar als ze het niet kunnen lezen, dan wordt de boodschap niet goed begrepen. We geven daarom bijvoorbeeld aan hulpverleners de tip om  mensen te laten herhalen wat je net gezegd hebt.” Mensen worden zo geholpen en tegelijkertijd in hun waarde gelaten.

Mariël vindt die eigenwaarde heel belangrijk. “Laaggeletterdheid kan al snel verward worden met luiheid of onwil. Omdat mensen hun post niet openen, de bijsluiter niet lezen doen ze niet wat gevraagd wordt. Maar als we weten waar de onmacht vandaan komt, kunnen we deze vooroordelen slijten. Dat vind ik zo belangrijk. Juist voor deze groep die toch al te kampen heeft met een lager zelfbeeld.”

Als mensen hun lees- schrijf- of digitale vaardigheden willen verbeteren, kunnen ze bij het Taalhuis terecht.Daar krijgen ze een intake en wordt de best passende hulp gezocht. “En dat is de ene keer begeleiding van een vrijwilliger en de andere keer sturen we iemand weer naar school.” We hopen het taboe te doorbreken waardoor mensen hulp aanvaarden, of nog beter, zelf op zoek gaan naar hulp.”